Bel voor een afspraak: 06 57 36 23 99 Email: info@fysioyde.nl
Knie artrose
Knieartrose is een aandoening waarbij veranderingen optreden in het kraakbeen en de andere structuren van het kniegewricht. De aandoening wordt ook wel slijtage van de knie genoemd. Veelvoorkomende klachten zijn pijn, stijfheid en moeite met activiteiten zoals wandelen, traplopen en opstaan uit een stoel. Hoewel de veranderingen in het gewricht niet volledig kunnen worden teruggedraaid, kunnen de klachten en het lichamelijk functioneren vaak verbeteren door regelmatig bewegen, gerichte krachttraining en het aanpassen van de belasting.
Wat is knieartrose?
De knie bestaat uit het bovenbeen, het onderbeen en de knieschijf. De uiteinden van deze botten zijn bedekt met een laag kraakbeen. Dit kraakbeen zorgt voor een glad gewrichtsoppervlak en helpt de belasting over het kniegewricht te verdelen.
Bij knieartrose verandert de structuur en kwaliteit van het kraakbeen. Het kraakbeen kan dunner worden en op sommige plaatsen gedeeltelijk verdwijnen. Daarnaast kunnen veranderingen ontstaan in het onderliggende bot, het gewrichtskapsel en andere structuren rondom de knie.
Artrose is daarmee een aandoening van het gehele gewricht en niet uitsluitend een beschadiging van het kraakbeen.
De aandoening kan voorkomen aan de binnenzijde of buitenzijde van de knie, maar ook in het gewricht tussen de knieschijf en het bovenbeen.
De mate van artrose en de ernst van de klachten komen niet altijd overeen. Sommige mensen hebben duidelijke veranderingen op een röntgenfoto, maar ervaren weinig pijn. Anderen hebben juist veel klachten terwijl de zichtbare veranderingen in het gewricht relatief beperkt zijn.
Hoe ontstaat knieartrose?
Knieartrose ontstaat meestal door een combinatie van verschillende factoren. De kans op het ontwikkelen van artrose neemt toe met de leeftijd, maar ook jongere mensen kunnen knieartrose krijgen.
Factoren die een rol kunnen spelen zijn:
- Toenemende leeftijd.
- Overgewicht, waardoor de mechanische belasting van de knie toeneemt.
- Eerder knieletsel, zoals een voorste kruisbandruptuur, meniscusletsel of een gewrichtsfractuur.
- Een eerdere knieoperatie, waaronder het verwijderen van een gedeelte van de meniscus.
- Langdurige zware lichamelijke belasting.
- Erfelijke aanleg.
- Een afwijkende stand van het been, waardoor bepaalde delen van de knie zwaarder worden belast.
Knieartrose kan zich geleidelijk ontwikkelen en hoeft niet altijd te ontstaan na een duidelijk letsel of een specifieke gebeurtenis.
Wat zijn de symptomen van knieartrose?
De klachten bij knieartrose kunnen per persoon verschillen. Vaak ontstaan ze geleidelijk en wisselen perioden met weinig klachten zich af met perioden waarin de knie pijnlijker of stijver is.
Veelvoorkomende symptomen zijn:
- Pijn aan de binnenzijde, buitenzijde of voorzijde van de knie.
- Stijfheid na het opstaan of na een langere periode van zitten.
- Startpijn bij de eerste stappen na rust.
- Pijn tijdens wandelen, traplopen, hurken of opstaan uit een stoel.
- Een beperking bij het volledig buigen of strekken van de knie.
- Zwelling of vochtophoping in het kniegewricht.
- Een krakend of schurend gevoel tijdens het bewegen.
- Verminderde kracht en belastbaarheid van het aangedane been.
Bij knieartrose is de ochtendstijfheid meestal relatief kortdurend en neemt deze vaak af wanneer de knie in beweging komt.
Bij ernstigere klachten kunnen ook langere wandelafstanden, dagelijkse werkzaamheden en activiteiten zoals fietsen of sporten beperkt worden.
Hoe wordt knieartrose vastgesteld?
De diagnose knieartrose wordt meestal gesteld op basis van het klachtenpatroon en lichamelijk onderzoek.
Bij het onderzoek wordt onder andere gekeken naar de beweeglijkheid van de knie, de aanwezigheid van zwelling, de spierkracht en de beperkingen tijdens dagelijkse activiteiten.
Ook wordt beoordeeld of de klachten mogelijk door een andere aandoening worden veroorzaakt, zoals meniscusletsel, een ontstekingsziekte of andere gewrichtsproblemen.
Een röntgenfoto kan veranderingen laten zien die passen bij knieartrose, zoals een versmalling van de gewrichtsspleet, botuitgroei en veranderingen in het bot onder het kraakbeen.
Bij een kenmerkend klachtenpatroon is een röntgenfoto meestal niet noodzakelijk om de diagnose te stellen. Bovendien geeft de ernst van de afwijkingen op een röntgenfoto niet altijd een goede indicatie van de hoeveelheid pijn of de mate van functionele beperking.
Hoe wordt knieartrose behandeld?
De behandeling van knieartrose is voornamelijk gericht op het verminderen van pijn, het verbeteren van de kniefunctie en het behouden of vergroten van de lichamelijke belastbaarheid.
De eerste behandeling bestaat doorgaans uit voorlichting, regelmatig bewegen en gerichte oefentherapie. Bij overgewicht kan gewichtsverlies bijdragen aan het verminderen van de klachten.
Afhankelijk van de ernst van de klachten kunnen daarnaast pijnmedicatie, injecties of een operatieve behandeling worden overwogen.
1. Regelmatig bewegen
Regelmatig bewegen is een belangrijk onderdeel van de behandeling van knieartrose. Door te blijven bewegen kunnen de spierkracht, de conditie en de belastbaarheid van het kniegewricht verbeteren.
Geschikte activiteiten zijn onder andere:
- Wandelen.
- Fietsen of trainen op een hometrainer.
- Zwemmen.
- Gerichte krachttraining.
- Andere vormen van bewegen die aansluiten bij de lichamelijke belastbaarheid.
Bij veel pijn of een beperkte conditie kan worden begonnen met korte activiteiten van enkele minuten. De duur en intensiteit kunnen vervolgens geleidelijk worden uitgebreid.
Bewegen kan tijdelijk extra pijn of stijfheid veroorzaken. Dit betekent niet automatisch dat de artrose verergert of dat het gewricht verder beschadigd raakt.
Wanneer de klachten na een activiteit duidelijk toenemen of langdurig aanhouden, kan het nodig zijn om de belasting tijdelijk te verminderen en vervolgens geleidelijk weer op te bouwen.
2. Krachttraining bij knieartrose
Krachttraining is een belangrijk onderdeel van de conservatieve behandeling van knieartrose. Vooral de quadriceps, hamstrings en heupspieren spelen een belangrijke rol bij de stabiliteit en het functioneren van de knie.
Door het verbeteren van de spierkracht kunnen activiteiten zoals wandelen, traplopen, opstaan en hurken gemakkelijker worden uitgevoerd.
Voorbeelden van oefeningen zijn:
- Leg press.
- Leg extension.
- Squats.
- Sit-to-stand oefeningen.
- Step-ups.
- Hamstring curls.
- Gerichte oefeningen voor de heupspieren.
De oefeningen kunnen worden aangepast aan de beschikbare bewegingsuitslag, de pijnklachten en het huidige krachtniveau.
Wanneer de klachten en belastbaarheid dit toelaten, kan de trainingsweerstand geleidelijk worden verhoogd. Ook bij gevorderde knieartrose kan progressieve krachttraining worden toegepast.
Een combinatie van krachttraining, conditietraining en functionele oefeningen kan bijdragen aan het verbeteren van de lichamelijke belastbaarheid.
3. Gewichtsverlies bij overgewicht
Bij mensen met overgewicht kan gewichtsverlies bijdragen aan het verminderen van de belasting op de knie en het verbeteren van pijn en lichamelijk functioneren.
Gewichtsverlies kan worden gecombineerd met krachttraining en andere vormen van lichaamsbeweging, zodat de spiermassa en lichamelijke belastbaarheid zo goed mogelijk behouden blijven.
4. Pijnmedicatie
Wanneer de pijn het bewegen of uitvoeren van dagelijkse activiteiten sterk beperkt, kan pijnmedicatie tijdelijk ondersteuning bieden.
Afhankelijk van de persoonlijke situatie kan de huisarts bijvoorbeeld adviseren om een ontstekingsremmende pijnstillende gel of andere pijnmedicatie te gebruiken.
Bij orale ontstekingsremmende pijnstillers, zoals ibuprofen of naproxen, moet rekening worden gehouden met mogelijke bijwerkingen en contra-indicaties.
Het gebruik van medicatie wordt daarom afgestemd met de huisarts of apotheker. Pijnmedicatie vervangt het belang van bewegen en oefentherapie niet.
5. Injecties bij knieartrose
Bij ernstige pijnklachten kan een arts in bepaalde situaties een corticosteroïdinjectie in het kniegewricht overwegen.
Een dergelijke injectie kan tijdelijk pijnvermindering geven, bijvoorbeeld tijdens een periode waarin de knie duidelijk geïrriteerd of gezwollen is.
Het effect is doorgaans tijdelijk. Een corticosteroïdinjectie herstelt het beschadigde kraakbeen niet en is geen structurele oplossing voor knieartrose.
De mogelijke voordelen en nadelen worden door de behandelend arts afgewogen, onder andere vanwege de risico’s van herhaalde injecties.
Kan knieartrose herstellen?
De structurele veranderingen die bij knieartrose in het gewricht zijn ontstaan, kunnen niet volledig worden teruggedraaid. Er bestaat momenteel geen behandeling die het aangetaste kraakbeen betrouwbaar kan herstellen naar de oorspronkelijke toestand.
Dit betekent echter niet dat de klachten voortdurend aanwezig blijven of dat het functioneren van de knie alleen maar achteruit kan gaan.
Veel mensen ervaren perioden met weinig klachten en kunnen door regelmatig bewegen en gerichte krachttraining hun kniefunctie en belastbaarheid verbeteren.
De ernst van de artrose op een röntgenfoto bepaalt daarom niet automatisch welke activiteiten nog mogelijk zijn.
Kun je sporten met knieartrose?
Sporten blijft bij knieartrose in veel gevallen mogelijk. De keuze van de sport en de intensiteit van de belasting zijn afhankelijk van de klachten, de spierkracht en de reactie van de knie op lichamelijke activiteit.
Sporten zoals fietsen, zwemmen en wandelen worden vaak goed verdragen doordat de belasting relatief geleidelijk en voorspelbaar kan worden opgebouwd.
Ook krachttraining, hardlopen en andere sportactiviteiten kunnen voor sommige mensen met knieartrose mogelijk blijven.
Wanneer een sport veel pijn of zwelling veroorzaakt, kan het nodig zijn om de trainingsomvang, intensiteit of frequentie tijdelijk aan te passen.
Het doel is om voldoende lichamelijk actief te blijven zonder dat de klachten structureel toenemen.
Wanneer is een knieprothese nodig?
Wanneer ernstige knieartrose leidt tot aanhoudende pijn en duidelijke beperkingen in het dagelijks functioneren, kan een operatieve behandeling worden overwogen.
Een knieprothese komt met name in beeld wanneer conservatieve behandelingen, zoals oefentherapie, aanpassingen in de belasting en pijnmedicatie, onvoldoende verbetering geven.
Bij een knieprothese worden de beschadigde gewrichtsoppervlakken vervangen door kunstmatige onderdelen.
Afhankelijk van de locatie en uitgebreidheid van de artrose kan worden gekozen voor een gedeeltelijke of totale knieprothese.
De beslissing om een knieprothese te plaatsen wordt samen met de orthopedisch chirurg genomen. Daarbij worden onder andere de ernst van de klachten, de beperkingen in het dagelijks leven en de mogelijke voordelen en risico’s van de operatie besproken.
Na een knieprothese volgt een revalidatietraject dat gericht is op het herstellen van de beweeglijkheid, spierkracht en functie van de knie.
Wanneer is aanvullend medisch onderzoek nodig?
Hoewel knieartrose vaak een geleidelijk klachtenverloop heeft, kunnen plotselinge of sterk toenemende klachten wijzen op een andere aandoening.
Neem dezelfde dag contact op met de huisarts of huisartsenpost wanneer de knie plotseling ernstig pijnlijk, rood, warm en gezwollen wordt, vooral wanneer dit gepaard gaat met koorts of een algemeen ziek gevoel.
Bij een plotselinge blokkade waarbij de knie niet meer volledig gestrekt kan worden, is eveneens medische beoordeling aangewezen.
Ook wanneer de klachten ondanks een passende behandeling blijven toenemen of het dagelijks functioneren sterk beperkt blijft, kan aanvullend onderzoek nodig zijn.